Een rugzak vol muziek

I’m gonna run to you… I don’t want a lover, I just need a friend. Don’t you, forget about me.

Ik heb deze nummers voor het eerst gehoord in de jaren ’90. 30 jaar later blijkt dat die teksten nog steeds in mijn geheugen zitten. Toegegeven, je moet soms even graven, maar al snel komen die zinnen spontaan weer naar boven en kan je ze uit volle borst meezingen. Net zoals duizenden mensen naast jou op het festivalterrein doen. 

Muziek verbindt mensen. Dat zie je tijdens de zomer op alle festivals. Elke keer ervaar je daar magische momenten en worden nummers er voor de rest van je leven mee verbonden. Wie er op dat ogenblik ook was, kan meteen het gevoel van dat moment bovenhalen. Nostalgie ten top!

(Weet je nog dat er tijdens ‘Message in a bottle’ van Sting op Torhout Werchter in 1991 een zee van flessen te zien was? En dat het jaar daarna plastic flessen verboden waren?)

Al meer dan 30 jaar gaat mijn basisschool-rugzak mee naar de festivals. Intussen zitten er al heel wat muzikale herinneringen in. Sinds enkele jaren maak ik ook een muzikaal jaaroverzicht in de vorm van een playlist. Niets leukers dan tijdens het sporten die playlist af te spelen en die muzikale herinneringen weer boven te halen.

En nee, ik leef niet alleen in het verleden. Elk jaar, elk optreden, komen er weer nieuwe herinneringen bij en ben ik blij dat ik die mag delen met wie samen met mij aanwezig is, meestal de jeugd van tegenwoordig maar toch ook nog vaak leeftijdsgenoten die zich jong willen blijven voelen. Ik hoop dat mijn muzikale rugzak nog vele jaren verder gevuld mag worden.

En binnen 30 jaar hoop ik even goed mee te zingen: I’m just a fleabag, nobody loves me. I’m messy. Alles voelt zo ongewoon.

Better Man niet langer A Complete Unknown

De liefhebber van muziekfilms wordt tegenwoordig in de watten gelegd. Ik ging er twee kijken, ‘Better Man’ over Robbie Williams en ‘A Complete Unknown’ over de jonge Bob Dylan. De laatste was inderdaad een compleet onbekende voor mij, de eerste kende ik goed. Althans, dat dacht ik.

Toegegeven, ik was een fan van Take That. Ik kende de nummers, vond de videoclips en de shows indrukwekkend. Ik was een fan van de muziek, maar had een hekel aan de gillende pubermeisjes die in de zaal de muziek overstemden. De rebelse Robbie Williams met zijn guitige blik was uiteraard een van de aantrekkingspolen van de groep (hoewel ik het meer had voor Gary Barlow, de eerder introverte creatieveling). Na zijn vertrek uit Take That heb ik Robbie Williams nog een keer aan het werk gezien op Rock Werchter, waar hij met bravoure het vooraf sceptische publiek volledig inpakte. Wist ik veel…

De film toont de keerzijde van de medaille, waar ik het bestaan niet (helemaal) van wist. En die is hard. Gitzwart. Een stomp in de maag. Een vrolijke film is het allerminst, hoewel je toch meer dan eens moet lachen (chips eet je nooit meer op dezelfde manier). Tegelijk is de film ook vaak ontroerend. Hoe die kleine jongen naar zijn vader opkijkt, zijn grote liefde vindt of uiteindelijk tot inkeer komt. 

Er was veel te doen over de aapachtige versie van Robbie Williams. Mij heeft dat geen seconde gestoord, ik vond het een heel goeie vondst om te vermijden dat de acteur voortdurend met Robbie vergeleken zou worden. Mij deed de figuur vooral denken aan een Monchhichi (wie kent dat nog?), maar dan eentje met veel diepgang.

Zeggen dat ik genoten heb van de film is misschien vreemd, gezien de zwaarte van de film. Maar ik was danig onder de indruk en vond die meer dan de moeite waard. Telkens de nummers uit de film passeren, ga ik toch met plezier terugdenken aan de beelden uit de film.

Helemaal anders was het bij ‘A Complete Unknown’. Van Bob Dylan wist ik alleen dat zijn optredens de laatste 10 jaar van een bedenkelijk niveau zijn, eerder van het zagerige type en dat je beter een plaat oplegt. Veel meer dan ‘Like A Rolling Stone’ kende ik dan ook niet. Ik hoorde vooraf meer over de geweldige acteer- en zangprestaties van Timothée Chalamet dan over Bob Dylan zelf.

De jaren ’60 zijn een ver-van-mijn-bedperiode. Misschien daarom dat die tijd wel heel idyllisch lijkt, alsof die enkel in films heeft bestaan. Het verhaal van de plattelandsjongen die enkel met zijn gitaar op bezoek gaat bij zijn muzikale held en nadien uitgroeit tot een nationale ster, lijkt de verpersoonlijking van The American Dream. Maar die komt stevig onder druk te staan wanneer die held zijn eigen weg wil uitgaan, die naar vernieuwing leidt en niet naar meer van hetzelfde…

Qua thematiek lijkt deze film erg op die van Better Man. Een superster – elk in zijn eigen tijd –  die niet langer wil doen wat er van hem verwacht wordt, begeeft onder de druk van het sterrendom, drinkt en rookt zich naar de verdoemenis, maar vindt uiteindelijk toch weer het rechte pad. Bob Dylan kreeg gelijk over zijn keuze en werd nadien een internationale ster, wat bij Joan Baez (die de folk wel trouw bleef) minder het geval was.

De vertolking van Chalamet vond ik ongelooflijk. Toegegeven, hij kon het zich veroorloven om zich jarenlang voor te bereiden op deze rol, maar dan nog. Hoe virtuoos hij op een gitaar kan spelen, hoe gelijkend hij kan zingen, dat kan enkel wanneer je een natuurtalent bent! Het is misschien wel een voordeel dat ik niet met de echte Dylan kan vergelijken, maar Chalamet was voor mij héél overtuigend.

Ik heb genoten van de film en meteen ook een gat in mijn muziekkennis opgevuld. Voordien had ik geen band met de muziek van Dylan, nu staat ‘The Times They Are A-Changin’’ in mijn playlist en zal dat nog vaak de revue passeren. Want ook Dylan is vandaag nog relevant! (Aan ‘the slow one now will later be fast’ hou ik me vast wanneer ik tijdens het lopen voortdurend voorbij gelopen wordt :-))

Arno, putain!

Toen Arno Hintjens zijn muzikale carrière begon, was ik amper geboren. Ik heb van Arno wel de hits meegekregen, maar had van hem vooral een beeld van een dronken, mompelende zanger met een hees gerookte en gezopen stem. De documentaire over Arno hoefde ik niet per sé te zien, maar mijn vader wel en dus ging ik met plezier mee, kwestie van een muzikaal gat van de geschiedenis te vullen.

De film ‘Arno. Rock’n’roll godverdomme’ biedt een immersive experience – zoals ze dat tegenwoordig zo graag noemen – waarbij je 1,5 uur in de wereld van Arno mag vertoeven. En die is heerlijk chaotisch, geestig, idealistisch en eerlijk, in een zalige mengelmoes van Oostends, Frans en Engels.

De film heeft me doen luisteren naar de teksten van Arno en heeft me zin gegeven om zijn repertoire toch van naderbij te gaan beluisteren. Maar vooral onthou ik de oneliners van Arno, al dan niet in heldere toestand: 

  • TC Matic, dat was zwarte muziek maken met mannen die zo bruin waren als aspirines
  • Zingen is voor vogels, ik maak geluid
  • Ik heb geen stembanden meer, enkel nog metalen koorden

Ga zien, die film! Zolang het kan, in de bioscoop en anders hopelijk in een cultureel centrum in de buurt!